vrijdag 15 augustus 2014

Kousenkoffie!

(Intermezzo in de categorie: "nuttige gadgets")

Instantkoffie a la Nescafe vinden we maar niets. En soms scheert onze vindingrijkheid hoge toppen. Voor al wie in zijn rugzak geen plaats heeft voor een koffiezet en ook onderweg wil genieten van de niet te overtreffen smaak & geur van echte, gemalen bonen kan zich aan onderstaande eenvoudige richtlijnen houden. Een kleine moeite betekent misschien een wereld van verschil!

Men neme een doodgewone sok, bij voorkeur een nieuwe zodat de smaak niet wordt aangetast. (Na eenmalig gebruik blijft deze sok dan ook de koffiesok)
















Span de sok over een uitgespoelde kop.
















Voeg naar smaak gemalen koffiebonen toe.
















Giet kokend water over dit goedje.
















Verwijder de kous uit de kop, sit down, relax & geniet van een heerlijke koffie!

Gewoon.. Onderweg!

(Savannah Highway - Normanton - Mount Isa - Tennant Creek - Stuart Highway)
(21 - 27 Juni 2014)

Na het (niet bijzonder hoog liggende) Hoogland gaat het weer naar beneden, eindelijk het echte Outback in. Dat wat zich zo simpel als Outback laat noemen neemt circa drie vierde van de oppervlakte van gans Australie in beslag, wat bij de proporties van dit land een enorm gebied is. Op basis van deze info kan men snel vermoeden dat een tour door dit binnenland saai & eentonig is, doch niets is minder waar. Los daarvan dat ik graag “onderweg” ben en ervan houd me in auto's, bussen & treinen door de wereld te bewegen flitst er ook hier 't een en 't ander interessantes voorbij aan't venster. In mijn verbeelding was dit grote stuk land een enkele, grote, droge woestijn, zand, en niets anders als zand. Daar sloeg ik de bal mis. Altijd weer wordt men verrast door de verschillende landschapsformaties. Van droge steppe rijden we in rode steenbrokken-omgeving tot groen gewas met veel middelgrote bomen of gewoon zandige woestijn. We rijden enkel rechtdoor. De horizon is ons doel.































































































Ook met mijn romantische voorstelling van de eenzaamheid in deze grote woestijn zat ik ernaast. Op z'n minst elke tien minuten zien we andere jeeps, campervans of tot 50m lange “roadtrains” op de weg. Verdorsten aan de rand van de straat bij een accident is quasi onmogelijk. Een groter gevaar op de Highways zijn de vele kangoeroe's die vooral bij het vallen van de avond graag de warmte van het asfalt opzoeken. Van bij het begin vermijden we het daarom te rijden na 16u, doch de reeds omvergeredene dode dieren van de dagen voordien stellen een ernstig te nemen gevaar voor. Op bepaalde delen van onze route ontwijken we slalom-gewijs de vele kadavers die in het rond liggen. Wat gebeurt wanneer men een dode kangoeroe niet meer kan uitwijken merken we al na enkele dagen: het is ten zeerste af te raden stukken van een kadaver (die al x-dagen in de vlakke zon ligt te rotten) onder de auto te plakken hebben.Een bestiaal gestank breekt uit en begeleid ons aanzienlijk langer dan ons lief is..

Transporteert alles mogelijke op de eindeloos lange Highways: de Roadtrain.



















Zwaar onderschat beroep: in de Outback worden verkeerslichten door mensen vervangen.
























Voor het donker wordt bouwen we ons kamp aan de rand van de Highways op een gratis rest area. Deze vinden we elke vijftig kilometer kunnen omschreven worden als "parkings in't groen". Soms hebben ze water, zelden een WC en nooit een douche. Meestal dus niets buiten natuur. (Om niet de valse indruk te geven dat we onze hygiene volledig verwaarlozen moet ik schrijven dat we elke 3e tot 4e dag betalen voor een echte camping met uiteraard de meeste basis-luxe aanwezig). Nadat onze slaapkamers zijn ingericht begint de zoektocht naar brandhout. Hout sprokkelen is niet altijd evident maar 't is't altijd meer dan waard. 't Is putje winter op dit moment, overdag is het aangenaam warm (zonnig, blauwe hemel, + twintig graden), 's nachts is het ijskoud. En met ijskoud bedoel ik dan ook IJSKOUD! Aan't vuur is het best aangenaam maar voor de rest zou ik kamperen bij temperaturen rond het nulpunt niet aanbevelen (in Belgie zou ik niet eens op het idee komen). Onze 10-dollar slaapzakken van de Aldi lijken absoluut niet geschikt daarvoor en ook de vier lagen aan kleding helpen maar kortstondig. Met jaloerse blikken kijken we toe hoe onze buren toekomen. Buiten ons zijn bijna uitsluitend Australische gepensioneerden (retirees) op de Highways onderweg en die weten zich goed te verwennen. De comfortabele, reusachtige mobielhomes waarmee ze on-the-road zijn hebben de omvang van een doorsnee-flat zoals ik in Brugge/Dusseldorf had en hebben alle denkbare luxe aan boord. Compensatie voor de koude nachten biedt de prachtige, immer heldere sterrenhemel, zoals men die enkel ver van alle beschaving (en de daartoe horende lichtvervuiling) kan zien..

Meerdere etagen, plaats voor de hond, zonnepanelen op het dak, verwarming, satelliet en dan als remorque nog een jeep voor plezierritjes: zo reist de Australiers door hun land



















En zo reizen wij!









































































Koken aan en op het kampvuur.

















Vers stokbrood.



































Hoe verder we het landscentrum naderen, deste hoger schieten de nafteprijzen uit de grond en hoe meer typische Outback-dorpjes we passeren. Gelijk hoe klein, er is altijd minstens een pub, een toeristeninfo en een buurtwinkeltje. We deden er goed aan de auto tot op de nok vol met proviand te laden: ik spotte bij de kruidenier een bokaal instant-koffie voor 43 dollar!


 


 

donderdag 14 augustus 2014

Het reizen en de tijd...

(Cairns - Port Douglas - Daintree Rainforest - Atherton Tablelands)
(13 - 21 juni 2014)

Dus. Het reizen en de tijd... ‘t Is ongelooflijk! In principe heeft men geen verplichtingen, is vrij van (bijna) alle onaangename opgaven, moet vooral doen waar zijn kop naar staat en heeft alle tijd van de wereld…
Tot zover de theorie. In de praktijk heeft men ALTIJD iets te doen onderweg en is constant in de weer. “vrije tijd”, de tijd waarin men werkelijk nietepiete te doen heeft komt uiterst zelden voor en verveling wordt zo onbestaande. Rechtstreeks gevolg is dat e-mails onbeantwoord, postkaartjes ongeschreven en (dit laatste geldt enkel voor Inga) de vele goede boeken in de rugzak ongelezen blijven. Net zoals het schrijven van deze blog, wat telkens opnieuw uitgesteld wordt. Tot men aan het punt gekomen is waarop alweer zoveel gebeurd is, dat men er geen idee van heeft hoe men dat allemaal weer moet inhalen.
Een vluchtige blik op de voorbije vijftig bladzijden in mijn dagboek en heel wat zuchten later volgt hier alsnog een poging – in de hoop dat we’r dan weer mee vertrokken zijn, met onze blogs!

Na mijn dagen van rouw op Maggie Island ging het verder naar Cairns. Veel interessantes heeft deze stad niet te bieden voor ons. Hier zijn er “backpackers”, andere “backpackers” en dan nog een paar “backpackers”. Tussendoor stoot men op enkele cafés voor de “backpackers” en op elke hoek van de straat is er een travel agency te vinden. Jep! Gespecialiseerd in “backpackers”. De stad is mooi noch speciaal en ‘t weer suckt. Alright, ik geef toe dat de stad voor dit laatste niet verantwoordelijk is. De max was dan wel onze luxe-kamer (voor een mini-prijs) en vooral de snorkeltrip die we gelukkig voor deze enige zonnige dag geboekt hadden. Na onze grootse snorkel-belevenissen op de Whitsundays was er geen haar op onze hoofden die eraan dacht Australie te verlaten zonder nog eens uit te varen naar het Great Barrier Reef. Tegen de verwachtingen in wordt de dagtrip naar Green Island inzake snorkelen zowaar nog een klasse beter. Bij het wegtrekkende – ebbende – water zwemmen we zo dicht bij de koralen dat we moeten opletten dat onze buik niet opengesneden wordt. Vissen zijn er te over, in vormen, kleuren en groottes waarvan men enkel kan dromen. En dat vlak voor onze duikbrillen. Deels (als de zon goed zit) kleuren ze zich zo fluo dat het amper te geloven is dat ze echt zijn.



















2x Green Island met het helderste alle wateren..
























Enfin, we blijven hier niet langer als nodig. Na enkele dagen treffen we onze nieuwe reispartners. Lily & Kai leerden we drie maanden geleden kennen in Brisbane, stelden toen vast dat we exact dezelfde reisroute plannen en hielden contact. Toevallig waren we rond dezelfde tijd op dezelfde plaats, zodat we de Outback-trip samen konden maken om auto, leute, nafte & ervaringen te delen.
Vanaf nu zijn we dus mobiel. De auto waarmee dit reusachtige land door het midden willen doorkruisen heet “Spaceship”, heeft vier plaatsen, veel kastjes en zelfs een mini-frigo aan boord. Inga & ik zetten ons comfortabel op de achterbanken terwijl de anderen verantwoordelijk zijn voor het rijden. In ruil bewijzen we ons nut door elke avond een heerlijke maaltijd voor te koken. Win-win!
Voor we de kust inruilen voor het grote niets maken we nog een omweg over Port Douglas in het Daintree Rainforest tot de Cape Tribulation (ten noorden van Cairns). Regenwoud hebben we al meermaals in Zuid-Amerika gezien en is altijd fascinerend. De manier waarop men het hier beleeft is daarentegen niet te vergelijken. Terwijl we in de amazone nog in rubber botten en met machete een weg door het dichte groen geslagen hebben en blaadjes omknakten om later de weg terug te vinden is het hier tot in de kleinste details georganiseerd. Off the beaten track gaan is niet toegestaan. De weg die ons door het woud voert is een houten “boardwalk”. Zo loopt men de ganse tijd op een soort “pier” in het woud en dat zorgt ervoor dat flip-flops volstaan als wandelschoen en men zich ongeveer voelt als in een reuzachtige Center Parks. Mooi is het uiteraard, authentisch of avontuurlijk net iets minder..









































De boardwalk in het regenwoud














































Het reizen zonder openbare vervoersmiddelen heeft verschillende voordelen. Voor de hand ligt dat we eindelijk verlost zijn van de druk die al sinds lang op onze schouders ligt: de zware rugzakken met ons volledige bezit moeten hier en daar nog eens verlegd, maar niet meer gedragen worden. Ook alles andere wat men voor een comfortabel leven nodig heeft hebben we altijd binnen handbereik. De woonkamer (campingstoelen & tafel), de keuken (gasvuurtje, pot & pan, borden, bestek & een berging vol eten) en de slaapkamer (tent, matten & slaapzakken) reizen met ons mee dus kunnen altijd, overal en vooral binnen enkele minuten opgebouwd worden. Dit verhoogt onze flexibiliteit met een miljard procent en we kunnen het veroorloven om vooraf plannen tot nul te reduceren.

Het “Spaceship” biedt na een spelletje real life Tetris genoeg plaats voor ons, onze bagage en de grote voorraad aan eten die we uit de beschaving in het Outback meenemen, om niet aangewezen te worden op de uit de pan swingende prijzen in the middle of nowhere. Na de dagelijkse reorganisatie 's avonds passen twee personen (Lily en Kai) in de slaapkabine van onze auto terwijl Inga en ik in onze gezellige tent huizen.

Lily & Kai uit Osnabruck (Duitsland)


























Ons Spaceship



















De living



















Stop aan't strand



























Spontaan blijven we langer waar't ons bevalt of veranderen onze route. Na een tip van een vriendelijke Australische rijden we door de Tableland Highlands. Plots bevinden we ons in het brede, groene weidelandschap vol bergen, velden en watervallen als hoogtepunt. Eerst baden we in heerlijke hot springs,om enkele uren later te ijsberen in de “Milla Milla Falls”, locatie waar Peter Andre in de nineties zijn videoclip voor “Mysterious girl” heeft gefilmd (een verschrikkelijk lied met een nog verschrikkelijker clip, overigens)..

Hot Springs met naar't schijnt een helende werking.



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
"Milla Milla"